header

Waterval Online

Waterval 1
Op school en thuis

Soundfiles

Les 1
Welkom!

Groeten,
klinkers
Les 2
Hoe heet jij?

Ik, jij, u...
(pronomen)
Les 3
Waar woon jij?

Regelmatig presens
Les 4
Waar kom jij vandaan?

Artikel;
adjectief
Les 5
Hoe oud ben jij?

Cijfers, getallen,
meervouden
Les 6
Snap je het? Kom op!

Imperatief
Les 7
Tot ziens!

Onregelmatig
presens
Les 8
Waar ga je heen? Naar huis!

Preposities
Les 9
Waar ben je? Thuis!

Mijn, jouw,
zijn, haar...
Les 10
Ik ga de dokter bellen

De normale zin
Waterval 2
Leuk, lekker en gezellig

Geluid en tekst
van soundfiles

Les 11
De buren hebben gebeld: visite!
Regelmatig
participium
Les 12
Hoe laat is het geworden?

Onregelmatig
participium

Les 13
Feestje!

Hulpwerkwoorden
bij participium

Les 14
Heb je familie?

Vragen en ontkennen

Les 15
Nu wil ik douchen

Inversie
Les 16
Omdat ík dat wil!


De bijzin: alle werkwoorden achteraan!
Les 17
Even praten


Comparatief, superlatief;
diminutief
Les 18
Tien broodjes graag

Demonstratief en relatief
Les 19
Ook alweer geregeld..

Mij, jou...:
het object
Les 20
Wat een instelling!

Tijd, manier, plaats
Waterval 3
Aan de slag

Geluid en tekst
van soundfiles

Les 21
Kun jij vandaag
koken?

Reflexief
Les 22
Hoe het hoort


Imperfectum
Les 23
Opgeruimd staat
netjes


En, maar, of, dus,
want
Les 24
Even bijkletsen


Bijzinnen: werkwoorden achteraan
Les 25
Handen uit de mouwen


Splitsen+inversie
Les 26
Op je gezondheid!


Separabele werkwoorden
Les 27
Een sportief gebaar

Inseparabele
werkwoorden
!

Les 28
In de kleren!

Duratief:
ik ben aan het lezen/ik zit te lezen

Les 29
Schieten! Bloed! Politie!


Conditionalis
Les 30
Inpakken en wegwezen


Vraagwoorden compleet

Waterval 4
De puntjes op de i
Les 31
Weer of geen weer?

Vaste preposities
Les 32
Een ongelukje

Ik had geslapen,
toen je kwam.
Les 33
De stad in

Herhaling:
Inversie + inversie;
er
Les 35
Techniek dient de mens

ervan, hierheen, daarmee:
plaatsen en splitsen

Les 36
Er was eens...

Hebben/zijn + infinitieven
Les 37
De goede toon

Combinaties van preposities: "in plaats van" (i.p.v.)
Les 38
Rechtpraten wat krom is

"hen", "hun" en "ze": het object derde persoon meervoud

Les 39
Ik schrijf je

Veelgemaakte fouten
Les 40
Welterusten

Het Nederlands, het Vlaams en het Afrikaans

topics naar les 5naar les 26naar les 16les 4

Grammatica