Waterval les 34: We gaan naar buiten!

 

* Dialoog boek

1. Regel: de plaats van er, hier en daar


3. Lezen
4. Luisteren
5. Spreken

6. Schrijven

7. Woordenschat

8. Filmpje: Functioneringsgesprek beer

 

9. Liedje: Het hondje van Dirkie - Wim Sonneveld (Louis Davids, 1936)
Een van de meest ontroerende Nederlandse liedjes - over een jongen en zijn hond, en over het menselijk tekort.
Wim Sonneveld was lange tijd de Nederlandse zanger met het meeste talent en de beste dictie.
Kijk op Youtube: http://www.youtube.com/watch?v=xGS6VlEX3, of typ in "Sonneveld" en "Dirkie"

 

Kleine Dirkie had een hondje, door een auto overreden,
Met gebroken poot in 't straatgewoel gevonden
Met twee houtjes en een stukkie van een ouwe gonjezak
Had ie 't pootje eerst gespalkt en toen verbonden
Daarna had ie 't dier heel zacht opgepakt en thuisgebracht
En vervuld van stille angst en diepe zorgen
Zei ie: "Mormel, had ook uitgekeken voor je overstak"
En 't voorzichtig in een zolderhoek geborgen

Als 'ie boterhammen kreeg, verborg 'ie iedere keer een stukkie
Voor zijn zieke kameraad onder z'n kieltje
En dan sloop ie op z'n tenen met een koppie zonder oor
Naar de zolder en zei: "Vreet nou maar, schlemieltje"
Hekkie keek 'm nou en dan met z'n koppie scheef 's an
De filantropie kon 't beestje niet verwerken
Toen 'ie op een keer wou blaffen siste Dirkie: "Houd je bek!
Je legt zo uit je pension als ze 't merken"

Op een keer kwam Hekkie onverwachts, z'n poot nog in ’t verband,
De kamer in - een hondje laat zich niet verbieden
Moeder zei: "Nou is de boot an! Kijk me zo'n scharminkel an,
't Lijkt waarachtig wel de Joodse invalide
Van wie hoort dat stuk gespuis? Straks heb ik Artis in me huis!"
Dirkie stamelde, hij kon 't nauwelijks zeggen,
"Toen ie onder een auto lee (=lag), dacht ik, ik neem 'm effe mee
Anders hadden ze 'm zo maar laten leggen"

"As 'ie binnen 't uur m'n huis niet uit is, gaat 'ie in de plomp"
Verklaarde ma: "Da's wat voor mij, die nare krengen"
Toen zei pa gedecideerd: "Wanneer z'n poot genezen is,
Zal ik 'm persoonlijk naar 't asiel toe brengen"
Dirk zei liefdevol: "Nou teef, de eerste maand ben je weer safe"
Intuïtief was hij van de patiënt gaan houwen
Moeder schamperde: "Zeg ober, geef u Hekkie een stukkie kreeft?
Man, je moet een villa voor 'm laten bouwen."

Kleine Mies, 't jongste zusje, noemde Hekkie smalend: "Viezerik"
Dan hulde Dirkie zich in hooghartig zwijgen
Soms werd het 'm wat al te machtig en dan kreet ie: "Treiterkop - Wat is vies? Kijk jij maar liever naar je eigen"
Eens beet Hek in Miesjes pop, het meisje gaf het beest een schop
Dirk vloog op en loeide: "Valse salamander!
Raak dat beessie nog 's aan, dan zal ik je effe kreupel slaan
Als 'ie slaag krijgt is 't van mij, en van geen ander"

Hekkie leefde ongestoord temidden van conflicten voort
Schoon onbewust dat ze de oorzaak was van rampen
De een vervolgde haar met haat, de ander werd 'r kameraad
Het huisgezin had zich gescheiden in twee kampen
Het pootje was weer gecureerd, Dirkie had de hond geleerd
Mooi te zitten en nou was ie reuze branie
Vader zei soms: "Klein serpent! Zo'n beest is toch intelligent."
"Ja", zei Moeder, "Ga d'r mee naar SSamsani"

Na zes maanden stille oorlog heeft 't noodlot zich voltrokken
Hekkie had iets raars gedaan in Moeders kamer
Bertus, 't oudste broertje, zag 't en riep: "Kijk 's wat een zwijn
Op de trijpen stoelen, Moe!", hij greep een hamer
Wierp die Hekkie naar z'n kop, 't beestje vloog schuimbekkend op
Viel toen neer, op dat moment kwam Dirkie binnen
Bleef als vastgenageld staan, keek lijkwit zijn broertje aan
Niemand wist toen wat met Dirkie te beginnen

Zacht als was 't een kostbaar kleinood heeft toen Dirk 't verstarde beest
Naar z'n hoekie op de zolder meegenomen
's Avonds in het donker groef ie in het Vondelpark een kuil
In een eenzaam laantje onder iepenbomen
Met een snuitje bleek als was lei 'ie Hekkie onder 't gras
En zei trillend, beide oogjes toegeknepen,
"Hekkie, 't was niet jouw schuld, mensen hebben geen geduld
Arm dier, ze hebben jou thuis nooit begrepen."


Nog een liedje over Nederlanders en de natuur: Naar de bollen - ook van Louis Davids

Wanneer de bollen bloeien in hun wondertere kleuren
En zoetbedwelmend geuren
Daarginds bij Hillegom
Dan zegt Moe: "Pa, de bloemenvelden maggen (mogen) we niet missen"
Maar Pa bromt: "Ik ga vissen!
Wat zie je aan zo'n blom"
Na enige discussie komt er een echtelijke wrijving
Ma wenst hem een verstijving
Of 'n tamelijk dik gezwel
Pa snapt het niet direct
En staat eerst wat verwonderd
Zegt dan: "Ben je be...reid schat"
En daar gaat het hele stel

refrein:
Naar de bollen
Naar die prachtige bollen
Waar je sprakeloos geniet
Van de kleuren, die je ziet
Naar de bollen
Die heerlijke bollen
Want die zie je maar eenmaal in het jaar

Men ziet de cavalcade in een motorbussie stappen
De kinderen ginnegappen
En deinen heen en weer
Ma trapt een magere heer
Die ze in de bus passeren moet
Een beurs plekkie in z'n voeten
En lispelt: "Verexcuseer"
"Marietje", zegt Ma, "Zit niet al door in je neus te pulken"
Het kind gaat aan het bulken
En Pa vermaant z'n vrouw
"Dat jij het niet gracieus vindt...
Het is je eigen neus, kind!
Ze pulkt toch niet in die giechel van jou?"

refrein

Bij het dolen door de velden slaakt Marietje plotseling kreten
"Een slang het (heeft) me gebeten
Ik ga het hoekie om!"
Ma zegt: "Het is een fietsband, leg (lig) niet zo gemeen te janken
Dat heb je aan je vader te danken!
Die wou toch naar Hillegom?"
Ze peinst over een frontaanval, gevolgd door 'n tatouage
Zegt iets over een blamage
Zo'n dikke dronken os
Pa zegt: "Oud fregat!
Wat let me of ik nek je?"
Draait onder dat gesprekje
Een paar ledematen los

refrein