Waterval les 11: De buren hebben
gebeld. Visite!
Waterval 12: Wat voor weer is het?


0. Dialoog uit het boek (11)

1a. Regelmatig perfectum (1)

1b. Regelmatig perfectum (2)
2. Dril: het regelmatig participium

 


3. Lezen
4a. Luisteren

4b. Luisteren en kijken: verjaardagsvisite


Lees de vragen in het boek (oefening 17) of hier:
1. Hoeveel personen krijgt de jongeman op visite? _______________________________.
2. Waarom krijgt de jongeman eigenlijk bezoek, visite? _______________________________.
3. Wat offreert hij zijn moeder? _______________________________.
4. Wat vraagt zij allemaal aan de jongen? _______________________________.
5. Hoe is het karakter van de jongen? _______________________________.
6. En de moeder? Wat voor persoon is zij? _______________________________.
7. Laat de jongen de moeder uit? _______________________________.
8. Is de vriendin blij als de moeder weg is? _______________________________.
Klik op de titel (hyperlink). B
ekijk het filmpje (vanaf 0'27)!
Lees eventueel daarna samen deze dialoog:


Moeder: "Er is iemand jarig, hoera hoera,
Dat kun je wel zien, dat ben jij!
Dat vinden we allen zo prettig ja ja..


Van harte gefeliciteerd met je verjaardag!"
Zoon: "Dankuwel hoor."
Moeder: "Ik dacht: ik laat die jongen toch niet alleen op zijn verjaardag, hè?"
Zoon: "Kopje koffie?"
Moeder: "Ja lekker! Het was toch drúk op de weg!"
[..]

Zoon: "Koffie? Melk? Taart?"
"Ja lekker!"
Zoon: "Ik had al koffie gezet. Kijk.
Koffie, met melk en suiker, en een stukje taart.
En een lepeltje voor bij de koffie, en een vorkje voor bij de taart."
[..]

Zoon: "Zo. Genoeg gehad, moeder?"
"Een boterham. Ja, een boterham! Met kaas en een glas melk. Erg lekker."
Zoon: "... Komt eraan."
Moeder: "Ik blijf gezellig bij je. Ik blijf eten! Alleen eten, daar is niets aan.
Wat hebben we in de koelkast?"
Zoon: "Nou, ik zal even kijken. Tomaat, courgette, vis, vlees..."

Vul samen in:

De moeder heeft haar zoon ______________ (feliciteren).
Hij had al koffie ____________ (zetten).
De jongen heeft daarna ___________ (koken).
Hij heeft haar ____________ (bedanken) voor het komen.

Maar de moeder heeft zichzelf ___________ (inviteren)!
Ze heeft zichzelf ____________ (uitnodigen*)!

7a. Woordenschat kijken/luisteren (flitskaarten)
7b. Woordenschat oefenen (Quizlet, Waterval 11 en 12)

 

 

8. Les 11: belangrijke woorden - nooit, soms, altijd

9. Les 12: belangrijke woorden - maar, alleen, pas


 

 

Liedje: Gorki - Mia

 

Ik had honger en ik kwam naar je toe
Je zei: "Eten kan als je de afwas doet
Mensen als jij moeten niet moeilijk doen
Geef ze een kans voor ze stom gaan doen."

De middenstand regeert het land
Beter dan ooit tevoren
Mia heeft het licht gezien
Ze zegt: "Niemand gaat verloren"

We gaan Voorlopig nog even door
Op het lichtend pad, het verkeerde spoor
Je vindt mensen als ik echt overal
Op de arbeidsmarkt, in dit tranendal

Sterren komen, sterren gaan
Alleen Elvis blijft bestaan
Mia heeft nooit afgezien
Ze vraagt: "Kun jij nog dromen?"

En de middenstand regeert het land
Beter dan ooit tevoren
Mia heeft het licht gezien
Ze zegt: "Niemand gaat verloren."

Sterren komen, sterren gaan
Alleen Elvis blijft bestaan
Mia heeft nooit afgezien
Ze vraagt: "Kun jij nog dromen?"


bis