logo.png Waterval les 12, oefening 9: moeilijke woorden - alleen/maar/pas


Alleen? Maar? Pas?

"Only" in het Nederlands
1. I want only you - Ik wil alleen jou. - Kwaliteit: alleen

 

2. I have only/but 1€ - Ik heb maar één euro. - Kwantiteit: maar

3. It's only 1 o'clock - Het is pas één uur. - Late tijd: pas